yihaa 1Vakantie! Altijd leuk. Maar als gescheiden vrouw zijn mijn (geld) middelen behoorlijk beperkt. Dus worden het low budget but high fun dagtripjes, altijd samen met mijn dochter en – om de pretfactor te verhogen – mijn zus plus aanhang. ‘Met Trijnie erbij wordt het leven nooit saai’ aldus mijn zus. En zij kan het weten want wij zijn al meer dan vijftig jaar zussen!
Vandaag gaan wij paardrijden! Wij, dat zijn mijn dochter van negentien, een nichtje van veertien en ik ….eh… nou ja wat maakt het ook uit. Je bent immers zo jong als je je voelt, toch? Althans dat denken de meeste mannen van mijn leeftijd die met een midlifecrisis worstelen.
Nog nooit van mijn lang zal ze leven heb ik op een paardenrug gezeten. Maar hoe moeilijk kan dát nou zijn? Paardrijden… Op televisie ziet het er altijd erg soepeltjes en makkelijk uit. Dat moet ik óók kunnen.
Mijn zus en haar oudste dochter gaan mee, voor de gezelligheid. Zij zullen,  zodra wij elegant uit hun zicht galopperen, bij een nabijgelegen meertje verkoeling zoeken.

We zijn er professioneel op gekleed: cap op en rijlaarzen aan. Mijn nichtje is zelfs in het bezit van een heuse ruiterbroek. Aan de kleding zal het niet liggen! Zodra we bij de boerderij arriveren worden de paarden uit de stal gehaald en opgezadeld. De beide meiden zitten in een mum van tijd op hun fjordenpaard, want zij zijn jong en lenig. Nu ik nog. Wat is zo’n beest giga-groot in het echt! Toch klim ik  – tot mijn eigen verbazing én die van de toeschouwers – zonder hulp op mijn ros. ‘O, het lukt u zelf!’ hoor ik iemand vol bewondering zeggen. Geef mij een paard en ik rij erop weg, denk ik zelfverzekerd.  Wij zijn er klaar voor. Yiháá. Lets go cowgirls, showtime!

We vertrekken met een slakkengangetje van de paardenboerderij. Wij  moeten er nog even inkomen en – zo te zien – de paarden ook. Onze verwachtingen zijn hooggespannen. Te hoog, blijkt snel, want we hebben het erf amper verlaten of onze  knollen weigeren al dienst. ‘Hello I am Anky, you are Bonfire’ probeer ik mijn knol te motiveren om in beweging te komen. Vruchteloos. Mijn viervoeter blijft onvermurwbaar en zet zijn  vier hakken stevig in het zand. Hij verzet geen stap. Ieder  ander paard was van zo’n compliment naast zijn hoeven gaan lopen, zo niet de mijne. Je zou zweren dat het ezels zijn. Ze zijn niet vooruit te branden. Ponypark Slagharen is een wild rodeospektakel vergeleken met onze ‘my little pony’ activiteit!

In plaats van óp de paarden te zitten – wat toch echt onze oorspronkelijke bedoeling was – lopen wij vóór hen. Wat zeg ik? We moeten onze merries (tja, vrouwen hè) vooruitslepen! Sjorrend en trekkend sleuren wij de onwillige dieren achter ons aan naar het bos door het mulle zand en in de brandende zon. Het zweet gutst in straaltjes onder mijn cap vandaan. Ik ben heftig jaloers op mijn zus en haar dochter. Die hebben het slimmer bekeken. Ze zitten zich vast kostelijk te vermaken bij het koele meer en in de schaduw. Zij wel…

In het bos wagen we een nieuwe rijpoging. We klauteren weer in ons zadels en waarachtig, we komen vooruit! Stapvoets weliswaar, maar toch! Wij zijn helemaal blij. Onze vreugde is echter van korte duur. Na zo’n 500 meter krijgen we opnieuw met een collectieve paardenstaking te maken. ‘Waar zit het gaspedaal?’ probeert mijn dochter lollig te doen. ‘Ik heb de rem al gevonden’ doet mijn nichtje ook een vrolijke duit in het zakje. Een en al jolijt. Gaat zo nog een leuk ritje worden ook! Gedwongen door recalcitrante paarden besluiten wij terug te keren. Deze manoeuvre wordt door onze edele viervoeters zeer op prijs gesteld. Ze worden er spontaan blij van, zeg maar! Nichtje op koppositie, ik daarachter en mijn dochter sluit de rij.

Wij hebben nauwelijks de terugtocht ingezet of mijn dochter ligt al op de grond te spartelen! Resultaat: een gebroken teugel en een pijnlijke nek (bij mijn dochter dan). Hebben wij weer ondeugdelijk materiaal. We laten ons echter niet uit het veld slaan door deze tegenslag. Knoop in de teugel en vooruit met de geit …eh… het paard. Vrolijk hobbelen wij voort.

Ondertussen hebben de twee meiden een fikse voorsprong op mij weten te bemachtigen. Ik spoor mijn edele maar niet erg werklustige viervoeter  aan om aan te sluiten – hop paardje yihaahop! -. Tevergeefs. Tot we gaan het vandaag nog meemaken ook! zo’n 200 meter voor het eindpunt. Ineens ziet mijn knol het licht en minstens zo belangrijk de finish. Zo vanuit het niets zet zij het op een draf, wat rap overgaat in een pijlsnelle galop. Ze kan het dus wel!  Wow, that’s the spirit! Ik kom nog als eerste aan ook…! Ware het niet dat mijn linkervoet pardoes uit de stijgbeugel schiet. Rodeo komt naar je toe deze zomer. In een heldhaftige poging om in het zadel te blijven zitten, probeer ik mij vast te klampen aan haar manen. Zonder succes. Even later zeil ik door de lucht en vind ik mezelf zandhappend op de grond terug. K . . paard! Een hilarische actie zo te zien. De beide meiden liggen dubbel van het lachen op hun paard. Ik krabbel overeind en check mijn lijf. Gelukkig, alles doet het nog. Niet meer zoals dertig jaar geleden, maar dat was vóór het ritje ook al niet het geval. Strompelend weet ik de hoeve te bereiken. Daar wacht mijn paard mij al op.

‘Of we nog een uurtje willen rijden?’ vragen ze daar. ‘Ja’ roepen mijn dochter en nichtje overdreven enthousiast. Ik denk  even aan mijn zere kont en mijn pijnlijke spieren. ‘Nee’ zeg ik tenslotte. ‘Ik pak wel een boek, dan kan ik hoogstens over woorden struikelen.’