‘Dát zou jij moeten doen, Trijnie, internetdaten!’ Mijn vriendinnen willen mij aan de man hebben, vandaar. ‘Nou ja, waarom ook niet’ denk ik monter. Er schijnen nogal wat succesverhalen te zijn op dat gebied. Ik ga  er eens goed voor zitten. Moeilijk is het niet, je maakt een profiel aan en zet er een leuk kiekje van jezelf bij. Om mezelf op voorhand niet uit de markt te prijzen heb ik er een fotootje bijgezet waar ik leuker opsta dan ik in werkelijkheid ben. Want, en dit had ik heel goed begrepen, dat doet  iedereen. En wat blijkt? Ik ben een ware hit op de datingsite! Wauw! Er wordt volop op mijn karakterschets gereageerd. In feite krijg ik meer bezoekjes dan goed voor mijn ego is. Je gaat er zo makkelijk van naast je schoenen lopen. De flirts, berichtjes en virtuele bezoekjes vliegen mij om de oren. Duidelijk is dat mijn profiel makkelijker te vinden is dan mijn voordeur. Familie, vrienden en collectanten weten mij nauwelijks te lokaliseren. Jehova’s daarentegen weer wel. Ik vermoed hier een vingerwijzing  van hogerhand. Ik word er gewoon overmoedig en blij van. De  hele mannenmarkt ligt open voor mij! Zo krijg ik respons van ene Mark, die in het echte leven Jan blijkt te heten. Dat  snap ik heel goed, want ik sta ook met een andere naam op de site. Dit om herkenning door  mijn directe omgeving te voorkomen. Dat zou ik namelijk heel erg gênant vinden. ‘Ach wat zielig, ze kan in het echte leven geen vent vinden, nu probeert ze het zo!’ Ik hoor het roddelcircuit al schamper lachen. Stoere man deze virtuele Mark, daar heb ik beslist oog voor. Ruwe bolster, blanke pit type. Hij werkt op een booreiland, een echte zeebonk! Wat zou ik graag mijn moede hoofd op zijn ferme schouders willen leggen. Zijn getatoeëerde arm voel ik al om me heen, bij wijze van schrijven. Hij heeft  een sprankelend profiel op de site gezet, dat spreekt mij aan. (Achteraf verdenk ik hem ervan dat hij daar semiprofessionele hulp bij heeft gehad, maar dit terzijde.) Over zijn foto heb ik serieuze twijfels. Maar zelf sta ik ook niet altijd als een pronkjuweel geportretteerd. In het echt zou hij reuze kunnen meevallen, bedenk ik mij. Mark, zeg maar Jan in dit geval, stelt zich voor als een uiterst betrouwbare en intelligente man. Dit  laatste punt is overigens een harde eis van mijn kant, je wilt nu eenmaal niet iedereen over de vloer, laat staan in je bed hebben. En hij heeft, zo zet hij zichzelf in de etalage, een zachtaardig karakter. Gezien een vrij recente onaangename liefdeservaring lijkt mij dat wel erg handig, want  op een tweede blunder zit ik niet te wachten. Mark gaat voortvarend van start. In zijn tweede berichtje stelt hij al voor om elkaar te ontmoeten in een lokaal cafeetje in mijn woonplaats! Toe maar, in mijn eigen omgeving! Dat dacht ik dus even niet. Je zal maar gespot 004 verplkundigeworden met zo’n vreemde snuiter, je gaat geheid over de plaatselijke tong! Moeten we niet hebben. ‘Joh, gaat dit niet wat al te snel?’ is mijn paniekreactie. Ik wil eerst meer van jou weten!’ Met succes stel ik zo ons afspraakje nog eventjes uit. En, inderdaad, ik ontvang een lange mail van hem. Hij heeft zijn best gedaan. Alleen gaat die geheel over zijn kwakkelende gezondheid. Ja hoor, daar krijg je mij plat mee! Alsof ik daar op zit te wachten! Hij staat zelfs op de lijst voor een bypassoperatie! Ik twijfel nog even of ik niet per ongeluk in mijn profiel heb gezet dat ik verpleegkundige ben, een zuster Klivia. Maar dat is niet zo. Een pleister plakken gaat mij, al zeg ik het zelf, bijzonder goed af. Maar daar heb ik mijn algehele geneeskundige kennis meteen ook perfect mee verwoord. ‘Of hij nog andere gegevens heeft, naast zijn medisch dossier’ vraag ik hem. Dat heeft hij. Niet dat ik daar echt gelukkig van word, maar ja, hij is geen schrijver, meer een prater,  weet hij mij te vertellen. Dat lijkt mij wel conform zijn mannelijke karakter. Bij mij is het andersom, dat heeft soms zo zijn voordelen. Dus spreken we af op een plek waar de spotkans miniem is. Ik hoop daar geen bekenden tegen te komen, om nog maar niet te spreken van –God verhoede het-  mijn dochter! Nu onze ontmoeting gepland staat begint hij ineens een stuk persoonlijker te worden in zijn berichtjes. ‘Lieverd’ noemt hij mij zelfs! Jakkes, we kennen elkaar amper en dan met zo’n kleffe tekst aankomen?! Daar ben ik allergisch voor. Ik vind hem ineens een stuk minder aantrekkelijk. En oud ook, een halve bejaarde eigenlijk. Hij glijdt in rap tempo af van (misschien wel) geschikt naar totaal ongeschikt. Maar de afspraak afzeggen vind ik een beetje zielig, hij heeft zich er vast heel erg op verheugd.

004 online datingMijn elektronische agenda piept. Afspraak Jan, flikkert het op het schermpje. Een laatste waarschuwing dat ik echt moet gaan. Ik stap in mijn auto en rijd naar de afgesproken plek. Iets te vroeg draai ik mijn blits karretje de parkeerplaats op bij een Van der Valk restaurant. Hoewel zijn foto niet erg duidelijk was herken ik hem direct. Pontificaal staat hij mij op te wachten. Virtuele Mark blijkt in het echt een oude forse man met een veel te dikke buik te zijn. ‘Waar heeft hij zijn rollater verstopt?’ denk ik cynisch. Is dit mijn date? Heb ik me hiervoor zo opgetut? Dat kanniewaarzijn! Zijn goedhartig karakter begrijp ik nu veel beter, dat heeft hij vast meegekregen ter compensatie voor zijn uiterlijk. Hij heeft mij ook gezien en wenkt mij. Er stiekem vandoor gaan kan niet meer. Het liefst wil ik plankgas wegscheuren. Maar dat zou wel een heel erg onvolwassen actie van mij zijn. Met tegenzin trap ik op de rem. Tjeetje wat een afknapper! Ik vat heus wel dat er voor mij geen jonge god meer is weggelegd, zoveel realiteitszin heb ik echt wel, maar dit… Hij begroet mij hoopvol en overrompelt mij met drie wangzoenen (gatver, daarvoor was ik al bevreesd). Uit zijn enthousiaste omhelzing  begrijp ik dat ik niet tegenval. Mijn weerzin ontgaat hem echter compleet. Gezamenlijk lopen we het restaurant binnen. Verwoed probeer ik non-verbaal uit te stralen dat ik niet bij hem hoor. Verloren moeite ben ik bang. Steels kijkt hij voortdurend mijn kant op. Ik wist met één blik al wat voor omvangrijk stuk vlees ik in de kuip heb. ‘Goede vangst’ zie ik hem denken. Telepathie van de bovenste plank blijkt al snel. Werkelijk, ik had paragnost moeten worden. Want even later zegt hij dat hij nog nooit met zo’n knappe vrouw heeft afgesproken.  Daar kan ik mij iets bij voorstellen. Ik zoek een tafeltje, dat uit het zicht staat en verstop mij achter een grote plant. Ik dacht een slimme zet te doen. Tot ik hoorde wat hij zei. ‘Goede plek, hebben we veel privacy’. Van die kant heb ik het nog niet bekeken. We bestellen koffie. ‘Iets erbij?’ ‘Nee, dank je.’ Dat hij beter praat dan schrijft klopt helemaal. Ik kan er nauwelijks een woord tussen krijgen, niet dat ik dit van plan ben, maar toch. Hij vertelt breedvoerig over zijn verleden. Als hij niet aan het werk is op het booreiland, dan is hij thuis wel aan het klussen. Of ik het programma ‘mijn 004 internetdaten kruisman is klusser’ ken? Ik knik. Nou, zo ziet het er bij hem thuis ook uit. Hij laat een veelbetekende stilte vallen. Verwacht hij nou applaus? Zo van ‘handige vent deze man, maar de planning kan wat beter’? Ik besluit zo neutraal mogelijk te blijven kijken. Dan gaat hij  onverstoorbaar door. Zijn vrouw is er met de ingehuurde klusjesman vandoor gegaan. Dat snap ik wel, zou ik ook gedaan hebben. Ik zit ook liever in een opgeruimd huis met een leuke jonge vent dan in een bouwval met een zestigplusser. Hij prijst zichzelf bepaald niet aan. Er komt nog meer misère, dat voel ik. En jawel hoor, daar heb je het al: met geld kan hij ook al niet goed omgaan. Hij geeft het te gemakkelijk uit, zegt ie. Drie keer raden wie straks de koffie betaalt… Het maakt ook allemaal niets meer uit, deze man is bezig met een kansloze missie. Mijn kopje is bijna leeg en zin in een verlenging heb ik niet. Om mezelf uit deze netelige situatie te bevrijden vraag ik hem of hij wil weten wat mijn eerste indruk van hem is. Dat wil hij. Vastberaden zeg ik dat hij niet mijn type is. Ik zie hem de teleurstelling wegslikken. Maar hij herpakt zich vlug en, het moet gezegd, vat het sportief op. Ik bedank vriendelijk voor een tweede bakje en sta op. Bij het afscheid, zonder te kussen dit keer, probeert hij het nog één keer. ‘Jij bent mijn type wél, je mag mij altijd bellen’ zegt hij dapper. Tja, dat vreesde ik al, hij heeft mij zijn nummer al drie keer gemaild! Opgelucht stap ik in mijn rood autootje en rijd naar huis. Dit was eens maar nooit weer! Exit profiel Anna_007.