wiepie vd bijHeb je zo ongeveer je taak volbracht als ouders, dat je eigen kinderen leuke volwassen mensen zijn geworden die zelf inmiddels als jonge ouders staan voor de opvoedingsproblemen van hun kleine koters. Dan gaan onze zorgen vaak alweer richting onze ouders, die met vallen en opstaan samen nog wat willen genieten van hun ”oude”dag. Met onze helpende hand lukt dat vaak nog aardig, al is er natuurlijk nooit de garantie, dat ze samen kunnen blijven tot het einde van hun leven.  Meestal belandt èèn van de twee vroeg of laat in een verpleeghuis. En dan is het heel jammer, dat ze na al die jaren samenzijn, noodgedwongen van elkaar gescheiden moeten worden. Zo gebeurde het mijn ouders ook. Papa kreeg een heftige hersenbloeding, waarbij zijn korte geheugen ernstig werd beschadigd en niet meer herstelde. Hij belandde hierdoor in een verpleeghuis. Vaak vroeg hij zich af, waarom hij daar toch was en niet naar huis mocht. Op een gegeven moment hielden die vragen op en leek het of hij zich erbij neergelegd had. Natuurlijk is het droevig, vooral voor mn moeder. Ze zag haar man veranderen, maar haar liefde voor hem werd er niet minder door. Trouw kwam ze bijna dagelijks bij hem op bezoek, nam dan wat lekkers mee en knuffelde hem. Humor is dan een toverwoord om je er doorheen te slaan, ook al is de situatie soms schrijnend. Hulde aan mijn moeder, die ondanks haar grote verdriet, altijd weer met een glimlach, knus met mn vader handje in handje zat op haar bezoekmomenten. Ik schets hierbij zomaar èèn van haar bezoekjes, wat deze keer uitdraaide tot een komisch geheel.   

 

Partnerruil

imagesNK2ECTG3Sinds haar man in het verpleeghuis is opgenomen, bezoekt ze hem trouw drie à vier keer in de week. Het is altijd weer hetzelfde ritueel. Ze arriveert met de taxi, knikt de vriendelijke receptionist even goedendag en loopt dan door met haar rollator naar de huiskamer, waar haar man sinds zijn verblijf  één van de twaalf bewoners is. Soms zit hij een beetje ingedut aan de eettafel, maar meestal dwaalt hij wel ergens in het huis rond. Dan zoekt ze hem op en gaan ze gezellig in het restaurantje koffiedrinken. Altijd neemt ze iets lekkers voor hem mee, iets om te snoepen, maar ook gezonde dingen zoals fruit. Iedere keer kijkt hij weer verheugd, wat ze uit haar tasje tovert voor hen beide. Dat eten ze dan lekker op en zitten knus handje in handje bij elkaar. Meestal kun je aan hem zien, dat hij zich op zijn gemak voelt als ze er is. In het begin wilde hij altijd mee naar huis, als ze weer opgehaald werd door de taxi. Maar inmiddels heeft hij toch zijn plekje een beetje gevonden lijkt het. In ieder geval is hij rustiger geworden en niet meer zo opstandig.

Doordat het verpleeghuis in dezelfde plaats is, waar zij altijd met haar man heeft gewoond, ontmoet ze er ook allemaal “bekenden” van vroeger, zowel onder de bezoekers als onder de bewoners. Vreselijk trots is ze, dat sommige bewoners haar zelfs nog bij naam kennen. Ze maakt met vele mensen even een praatje als ze bij haar man op bezoek is en deelt dan ook vaak wat lekkers uit aan hen.

Zo ziet ze ook regelmatig mevrouw X door de gang lopen. Ze kent mevrouw X nog van vroeger, maar helaas kent die haar niet meer. Mevrouw X loopt nooit alleen sinds ze in het verpleeghuis woont. Altijd loopt ze stevig hand in hand met een dik bebrilde medebewoner door de gangen. Altijd op weg, want de weg is daar oneindig. Dit tafereel tovert meer dan eens een glimlach van begrip op de gezichten van vele bezoekers. Zo ook bij haar. ‘Dan zal mevrouw X zich niet zo alleen voelen’, denkt ze vaak, als ze het stel ziet lopen.

Op een dag arriveert ze weer, zoals gewoonlijk om twee uur in het verpleeghuis. Ze voelde zich eigelijk te moe om te gaan, maar wil ook haar man niet teleurstellen. Hij zit vast al op me te wachten, hoopt ze stiekem, terwijl ze door de lange gangen loopt naar zijn huiskamer.

Hij is er niet. Dan ligt hij zeker nog even op bed, denkt ze als ze hem niet ziet zitten aan de bekende eettafel. ‘Nee hoor’, zegt de zuster ‘Uw man is al een tijdje aan de wandel’. ‘Oké’, zegt ze ‘dan zoek ik hem wel even op’.

images[4]Dan de lange gangen maar weer door, kijken waar hij is. Ze houdt het bijna niet vol en gaat even in het restaurantje rusten. Tot haar verbazing ziet ze in de verte mevrouw X aan komen, hand in hand met jawel… haar  man. Achter hen loopt de dik bebrilde meneer met uitgestrekte arm naar mevrouw X. Maar de twee stappen stevig door. Als ze dicht bij haar zijn, roept ze haar man, ‘Kom je bij me, ik ben je vrouw toch’. Mevrouw X sist haar toe: ’Ga weg, het is mijn man’ Nog een keer probeert ze haar man over te halen om toch bij haar te komen zitten. Ze vraagt hem: ‘Waarom loop je met haar, ik ben er toch?’ Hij: ‘Ja, maar zij is mijn buurvrouw’ En de wandeling wordt voortgezet, hij, mevrouw X en achter hen aan de dik bebrilde meneer met uitgestoken arm.

‘Dan ik er ook maar achteraan’ denkt ze, en sluit zich aan in de rij. Opnieuw die lange gangen door tot ze weer voorbij het restaurantgedeelte komen. Dan ziet ze de bezoekers, waaronder ook een aantal bekenden, lachend kijken naar het tafereel. Ze denkt bij zichzelf: ’Het zal wel een komisch gezicht zijn, wij allemaal zo achterelkaar aan’. Ze voelt zich er ongemakkelijk bij en om zich een houding te geven flapt ze er ineens uit, met haar ogen op de bezoekers gericht: ’Het lijkt hier verdikkeme wel partnerruil’. De spanning is gebroken en ze lacht vrolijk met de anderen mee. Uiteindelijk komt haar man toch bij haar zitten. Zij is uitgeput. Zo meteen komt de taxi haar alweer halen. Ze krijgt een kus van haar man. Ze zucht en is een beetje teleurgesteld. Ze voelt zich warempel vanmiddag een beetje overbodig. ’s Avonds belt ze met haar dochter en vertelt wat er ’s middags gebeurd is en hoe ze heeft gereageerd naar de bezoekers toe. Haar dochter begint te schateren en vraagt: ’Heb je dat echt gezegd mama, dat van die partnerruil?  ‘Ja’zegt ze ‘Ik voelde me zo opgelaten, daar achteraan te hobbelen en iedereen keek naar ons, daarom flapte ik het eruit. Toen leek het even minder erg. Ondanks dat ik begrijp, dat zoiets kan gebeuren, heb ik er toch moeite mee als ik papa daar zomaar ineens hand in hand met mevrouw X zie lopen. Mijn verstand zegt iets anders dan mijn gevoel. Raar is dat hè’.