buurmanDe humor ligt op straat en –in dit geval– ook op de stoep. Mijn buurman weet namelijk op een bijzondere wijze inhoud te geven aan ‘in je hemd staan’.

Lieve buren heb ik, de zeventig reeds ver gepasseerd en nog redelijk  kwiek van lijf en leden. Nuchtere mensen, dat ook. Zonder poeha of poespas. Doe maar gewoon dan doen je al gek genoeg, dat soort types. Wijs en mild geworden omdat het leven niet altijd even lief voor hen is geweest. Hun deur staat altijd open voor een kop koffie en een gezellig praatje. Doorgaans sta ik onverwachts bij hen voor de deur. Schikt het niet? Geen probleem, dan kom ik een volgende keer terug. Ook deze ochtend sta ik onaangekondigd bij hen op de stoep. Op mijn aanbellen wordt enthousiast gereageerd door Spike hun hond. Door het glas zie ik zijn contouren in de hal al blij heen en weer springen. ‘Fijn visite’ denkt ie vast. Mijn buurman, klein en gezellig rond van stuk (model duikelaar), doet de deur voorzichtig op een kiertje. Weifelend zie ik een grijs kalend hoofd om het hoekje verschijnen. Blijkbaar ben ik goed volk,  want zodra hij mij in het vizier krijgt, zwaait de deur uitnodigend open. Dan begrijp ik ook direct zijn aanvankelijk aarzelende houding. Het is zijn opmerkelijke outfit! Fysiek is het onmogelijk, maar anders zouden mijn ogen terstond van verbazing uit mijn hoofd rollen. Een pikante verrassing voor buurvrouw misschien? Dat lijkt mij sterk op deze leeftijd! Breeduit staat hij voor mij, middenin de deurpost.  Verpakt in een smetteloos wit XXL-hemd en een dito maat en kleur onderbroek. Een degelijk setje, dat zie je in een oogopslag. Dat is nog eens wat anders dan de strakke boxershortjes van tegenwoordig, die bijna niks aan de verbeelding overlaten. Nee, dan mijn buurman! De onderbroek reikt bijna tot onder zijn oksels. Hij is krimpende; daar heeft zijn ondergoed totaal geen last van. Omdraaien is zinloos, ik heb hem al gezien én hij mij. Met een ‘Kom erin buurvrouw’ laat hij mij gastvrij binnen. Overrompeld door deze hilarische  situatie, hoor ik mezelf zeggen ‘Wow, buurman! U verwachtte mij al, zie ik!’ Zijn wederhelft, die vanuit de keuken het verhaal meekrijgt, moeten we onder het fornuis wegslepen van het lachen.