Dag 1: 64.4 kilo

Het is weer zover: elke maandag -als ik het weekeinde bij mijn vrijer heb gebivakkeerd- is mijn digitale weegschaal onverbiddelijk: te zwaar. Verkering zet aan blijkbaar. Ik hou mijn gewicht nauwlettend in de gaten sinds een ex vriend ooit tegen mij zei dat hij nooit zijn matras zou delen met een corpulente vrouw. WAT?! Beter onnozel dan dik in bed?! Zijn mededeling raakte mij zeer, want wij hadden toch een relatie!? Gezet was ik toentertijd ook al niet. Hem heb ik na gebruik de deur uit gedaan. Zelf zie ik niet op een vetrolletje meer of minder, ook niet in bed. Ik hecht meer waarde aan een intelligent, handig én humoristisch persoon waarbij een leuke kop mooi is meegenomen. Met mijn huidige verkering heb ik overigens erg getroffen. Bofkont die ik ben! Maar toch wil ik de drieënzestig op de weegschaal zien staan dus ga ik ook deze maandag weer op rantsoen. Na een licht ontbijt spring ik op de fiets en rijd naar mijn vrijwilligerswerk. Onderweg koop ik nog even de Leeuwarder Courant, er staat een recensie in van de voorstelling ‘Femke’ waar mijn dochter in meespeelt. Maar liefst vier sterren krijgen ze. HOPPA die zit! Op mijn werk hoest ik iedereen vrolijk goedemorgen  en stuur ik de recensie door naar mijn dochter die in de krant ineens Martje heet. Een nasleep van een griepje heeft mij danig te pakken, gaat wel weer over denk ik optimistisch. ’s Avonds sluit ik de dag af naar mijn vriend: ‘Lekker slapen lieverd, ik hoest nu de maandag uit’.

 

Dag 2: 63.8 kilo / 38.2 temperatuur

Voor gebruik desinfecteer eerst de thermometer, 38.2, koorts dus. Ik heb de hele nacht liggen piepen en blaffen, het zal toch geen bronchitis zijn? Toch maar even langs de huisarts fietsen voor een check. Doorhoesten na een griepje kan wijzen op bronchitis, dat heb ik al eens gehad. Een prikje in de vinger geeft uitkomst: niks geen infectie aan de luchtwegen, ik heb een ‘boemerang’ griep te pakken. Via de apotheek snel ik naar huis. Alle afspraken zeg ik af, geen puf meer en ik voel me ziek. ’s Avonds neem ik om tien uur een slaappil en duik al proestend en kuchelend onder de wol.

 

Dag 3: 63.7 kilo / 38.8 temperatuur

Tsjonge, wat kan een mens zich lamledig voelen zeg! Werkelijk alles komt er weer uit, zelfs water weet ik niet binnen te houden. Hondsberoerd ben ik.  Ik sleep me van bed naar bank en weer terug. Van de slaapbank naar mijn WC is nog geen zeven meter, maar het voelt alsof ik elke keer een marathon heb moeten kruípen. Mijn verkering heb ik wegens besmettingsdreiging afgezegd. Om acht uur ’s avonds gaat mijn lichtje uit, hoewel ik de hele dag al heb liggen pitten duikel ik in no time dromenland in.

 

Dag 4: 62.7 kilo  / 38.5 temperatuur

Soms kom je in het nieuws van die bizarre berichtjes tegen over alleenwonenden. Blijken ze verwaarloosd of ondervoed gevonden te worden. Het zal mij toch niet gebeuren dat ik door uitdroging in het ziekenhuis beland! Mijn enige opdracht van vandaag is dan ook: drinken! Dat gaat mij gelukkig wonderwel goed af, ik drink met kleine slokjes en weet zo het vocht binnen te houden, ik hang maar een keer of vijf boven de pot. Een hele verbetering vergeleken bij gisteren. Ik ben blij dat mijn linkerbuurvrouw overdag werkt en mijn onderbuurvrouw doof is, de rochel- en kotsgeluiden die ik maak zijn niet echt geschikt als  achtergrond muziek… en zeker niet eetlust opwekkend!

 

Dag 5: 62.3 kilo  /  38.6 temperatuur

Hoewel de koorts van nog geen wijken wil weten voel ik mij wel wat beter. Een (droog) mandarijntje, beschuitje en water weet ik binnen te houden. Met het nuttigen van het Deens luxe broodje –wat al dagen te verpieteren ligt in mijn koelkast- loopt het anders af, deze verdwijnt in de toiletpot. Maar, zoals mijn beppe altijd zei ‘*better de mage bedoarn as it iten wei’. (*Beter de maag bedorven dan het eten weggooien). Aangezien mijn buik toch al van streek is kan dit er nog wel bij. Ik voel me zelfs zo goed dat ik mijn partner een boodschappenlijstje stuur. Deze bestaat vooral uit ‘droog’ voer zoals kaakjes, beschuit en fruit (voor de broodnodige vitamientjes). Ik bel met mijn dochter en geef de kaartjes van haar voorstelling ‘Femke’ van morgen terug en hoop dat ze nieuwe kan regelen voor volgende week.

 

Dag 6: 62.0 kilo  / 37.88 temperatuur

Mijn oude koortsthermometer heeft er vannacht de brui aan gegeven, ineens lag dat ding in tweeën! Lichte paniek, want ik ben erg van de cijfertjes. Mijn geliefde brengt uitkomst. ‘Ik neem er straks eentje mee’ appt hij ’s ochtends ‘met deze zakt de temperatuur erg snel!’ belooft hij grootmoedig. ‘Ja, die moet ik hebben!’ reageer ik. Ik hou mijn verkering in deze kwakkelige dagen namelijk nauwgezet op de hoogte van mijn ziek‑zijn. Als bewijs post ik elke keer een fotootje van mijn koorststand door. Niet dat hij daarom vraagt, welnee, maar als grieppatiënte wil je toch wel een beetje aandacht. Want sinds de griepuitbraak is mijn appartementje een soort ‘no go area’ geworden en hebben we geen fysiek contact.  Mijn huisje is nog net niet afgezet met politie afzetlint zoals je bij kippenboerderijen met de vogelgriep H5N8 in het journaal wel voorbij ziet komen. ’s Middags smijt hij de blijde (boodschappen) doos dan ook zowat door mijn deur heen en gaat hij er als een hazewindhond vandoor. Als surprise heeft de lieverd zelfs nog het tijdschrift ‘Linda’ tussen de boodschappen verstopt, om de tijd te doden (en de bacillen hoop ik). Ik denk niet dat de ziektekiemen kans hebben gezien hem te verschalken in die korte tijd. Even later hangt ‑och, wat lief en belangstellend toch!- dochterlief aan de telefoon. ‘Oh, ik schrik van je zware stem, ik was even vergeten dat je ziek was! Maar de kaartjes zijn geruild hoor!’. Ja gewoon informatie doorgeven kan natuurlijk ook.

 

Dag 7: 62.0 kilo / 37.5 temperatuur

Het herstel zet zich door. Ik installeer mij met een dekentje op de bank en druk de televisie aan. Er is schaatsen en wielrennen voor, dat laatste mis ik trouwens omdat ik in slaap sukkel. Verward schrik ik een uurtje later wakker, waar ben ik eigenlijk? Het duurt eventjes voordat het tot mij doordringt dat ik gewoon in mijn eigen woonkamer lig, ja de meubeltjes kwamen me inderdaad wel erg bekend voor. Mijn ziekte brengt nog een ander voordeel met zich mee: mijn vriend zit bij hem thuis nu alleen de boel op te pimpen. Een paar weken terug zijn we begonnen de muren van zijn huis fris en fruitig in te kleuren, het blijkt dat hij dit ook heel goed alleen kan. ‘Goed zo schat, je doet het subliem’ steek ik hem een veer in de kont. (Van aanmoedigen gaan mannen alleen nog maar harder rennen,  bij kritiek gaan ze spontaan op de rem staan en mag jezelf de verfkwast vasthouden. Je moet zoiets tactisch aanpakken…).

 

Dag 8: 62.0 / 36.89 temperatuur

Hoewel de griep langzaam uit mijn lichaam sluipt laat het nog wel sporen na. Het ontbijt verdwijnt in het toilet en ik ben nog ontzettend moe en hoesterig. Mijn vrijwilligerswerk laat ik nog even schieten vandaag. Ik hang alleen wat rond op de bank en voor de laptop, that’s all. Tussen de middag ontvang ik een appje van mijn lief ‘Ik heb de zalm per ongeluk buiten de koelkast laten overnachten, is hij nog eetbaar?’ ‘Zolang Gerrit niet van je bord kruipt kan het volgens mij nog wel’. Geen topadvies en de humor laat ook te wensen over, ik ben nu eenmaal geen entertainende meester-kok en nog eens ziek ook.