Mijn mobiel rinkelt, het displaytje knippert: ‘Truus’. ‘Hallo Truus, met mij’, begin ik opgewekt het gesprek. ‘Nee, je spreekt met Martin, de zoon van Truus’, zegt een stem aan de andere kant van de lijn ‘je hebt mij wel eens bij mama gezien. Moeder is dinsdag overleden…’

Een hersenbloeding is Truus op drieënzeventigjarige leeftijd fataal geworden. Ze zat nog zo vol met levenslust. Rode lippen, mascara, zwart lijntje onder de ogen en het haar opgestoken. Prettig excentriek, dat was Truus. Maar vaker liep ze in een sjofel joggingpak met vlekken rond, ook dat was ze. ‘Er komt toch niemand langs’, gebruikte ze als excuus.

Truus heeft een bewogen én bruisend leven achter de rug. Alleen waren de laatste tien jaren  minder rooskleurig; ze vereenzaamde. In haar goede jaren trad zij samen met haar man op, hij achter de piano en zij als Jazzzangeres. (‘Rita Reys was een kreng, hoor!’, meldde ze mij meerdere keren vrolijk.) Door een verkeersongeval kwam aan hun geluk abrupt een einde. Haar man overleefde de crash niet, Truus raakte zwaar gewond. Bij zijn crematie waren zo’n duizend mensen aanwezig. Zij was erbij: in een ziekenhuisbed.

Ze bleef achter met twee jonge kinderen. Er moest brood op de plank komen dus bikkelde Truus hard door met haar Jazz optredens. Natuurlijk kwamen er weer nieuwe mannen in haar leven maar ze gingen ook weer weg, er zat geen blijvertje tussen. Ze kon er levendig over vertellen. ‘Hád ik een knappe vent, dan kwamen mijn vriendinnen ineens regelmatig op visite. Niet voor mij hè, maar voor hem! Ze zaten hem te versieren waar ik bij zat!

Er staat één auto op het grote parkeerterrein van het crematorium, met daarin twee mannen. Ik herken Martin; een grote kalende vent met een vlassig staartje in zijn haar. De andere man is een goede vriend van hem en kent Truus van vroeger. In de jaren tachtig begeleidde hij Truus regelmatig op de piano. Haar oudste zoon komt niet, dat contact is dertig jaar geleden al verbroken. We zijn met zijn vieren om afscheid van haar te nemen,  de begrafenisonderneemster meegeteld… Precies vier stoelen staan ook achter haar kist waarop een fotootje staat van een mooie nog jonge Truus, ze oogt daar gelukkig. Martin vertelt emotioneel over de goede band die hij met zijn moeder had, ze belden elkaar iedere dag. Ze waren van plan geweest om in één huis te gaan wonen, dan zou hij mantelzorger voor haar worden. ‘Maar’, zegt hij eerlijk ‘eigenlijk zou het andersom geweest zijn…’

Onder het liedje ‘Hello on the other site’ van Adele, stap ik met een schrijnend gevoel de aula uit…