Kotsmisselijk ben ik van de spanning. Mijn hele lichaam trilt ongecontroleerd. Ik weet wat hij gaat zeggen. Zijn lippen zie ik bewegen, maar zijn woorden bereiken mijn oren niet. Het is te heftig. Instinctief duw ik mijn 14 14handpalmen plat tegen mijn oren. Toch dringen er een paar woorden bij mij naar binnen en pinnen zich pijnlijk vast in mijn hoofd. Het is een mokerslag van jewelste die hij uitdeelt. Heel langzaam dringt het tot mij door wat hij mij probeert te vertellen. Hij is, naast mij, nog een affaire begonnen met een andere vrouw. Ook heimelijk, net zoals onze relatie. Zij is getrouwd maar heeft een vrij huwelijk, wrijft hij nog even zout in de wonde. Deze boodschap verrast mij volkomen. Ik was in de veronderstelling dat hij zijn ex terug wilde. Maar welnee, meneer is  opnieuw het vrijerspad opgegaan. Ik sta verbijsterd aan de grond genageld. Dat hij mij wil dumpen vind ik al niet echt tof, maar dat hij zijn seksleven stiekem wil vervolgen en opleuken met een getrouwde snol vind ik ronduit walgelijk.

Twee jaar geleden kwam ik Wessel bij toeval weer tegen. Hij was gescheiden vertelde hij mij. Dat het in zijn huwelijk rommelde wist ik wel, maar dat ze ondertussen ook al gescheiden waren was nieuw voor mij.  We dronken samen een kop koffie. Er viel veel bij te praten, we hadden elkaar dertig jaar niet gezien. Na afloop spraken we af elkaar snel weer te ontmoeten. Om een lang verhaal kort te maken, voordat ik het goed en wel besefte zat ik een geweldige relatie. De verliefdheid spatte er werkelijk van alle kanten af. Er was echter een klein vervelend detail: Wessel wilde onze relatie geheim houden. ‘Het is te pijnlijk voor mijn ex gezin’ zei hij. En ik wilde dat maar al te graag geloven.  Twee jaren vol passie en geluk volgden, maar alleen tussen de vier veilige muren van zijn of mijn slaapkamer. Het laatste halfjaar sloop de klad in onze verhouding. Ik begrijp nu waarom.

Ik word furieus, spuw nog net geen vuur. Of ze al bij hem thuis is geweest, bijt ik hem toe. ‘Ja’ fluistert de eikel. ‘Heb je haar ook over mij verteld?’ ‘Nee’. ‘Weet je ex dat je aan het dubbeldaten bent?’ Hij schudt ontkennend zijn hoofd. Natuurlijk niet, dat wist ik wel. ‘Hoe zit het met het bedprogramma tussen jou en haar?’ zet ik mijn kruisverhoor door. Ik weet het antwoord al, maar ik wil het hém horen zeggen. Hij knikt 14 6bijna onzichtbaar. Mijn maag is bezig met een sterk staaltje van wurggymnastiek. Ik sprint naar de wc en steek mijn hoofd in de pot. Fris is anders, echter ik moet overgeven. Ik kan niet geloven dat dit mij overkomt. Als ik terugloop naar de kamer besef  ik dat het over en uit is tussen ons.  Mijn hoofd tolt. Terwijl hij de deur uitloopt, drukt hij mij nog even fijntjes op het hart dit toch vooral onder ons te houden. Zijn ex mag het niet weten. Tja, dat begreep ik al.  Met een enorme krachtsinspanning weet ik mijn emoties te onderdrukken. Zodra de deur achter hem dichtvalt, barst ik in onbeheerst huilen uit. Hoe onnozel kan ik zijn, dat ik dit niet heb zien aankomen! Ik ken zijn nieuwe vlam. Ze is jaloersmakend slank en mijn geboortejaar kan ook al niet met het  hare concurreren, de valse bitch.

14 5Met twee slaappillen probeer ik aan de realiteit te ontsnappen. Ongewassen en met mijn kleren aan laat ik mij op bed vallen. Huilend zink ik weg in een inktzwarte onwetende wereld, prima oplossing voor dit moment en –zoals ik er nu over denk – ook voor de rest van mijn leven. Ondanks mijn halfbakken comapoging schrik ik een poosje later toch wakker.  Valt daar een stoel om? Dan hoor ik iemand binnensmonds vloeken. Shit, er is iemand in mijn huis! Mijn hersencellen springen direct op de alertstand. Spontaan doe ik aan struisvogelpolitiek, ik stop mijn hoofd onder het dekbed. Mijn tweede reactie is absoluut heldhaftiger te noemen, wat heb ik nog te verliezen? In ieder geval geen kerel meer, die is zojuist mijn leven uitgewandeld. Ik pak de honkbalknuppel, een onmisbaar instrument als je alleen woont, onder mijn bed vandaan. Geruisloos sluip ik van mijn slaapvertrek naar de huiskamer. Gelukkig staat de kamerdeur wijdt open. Ik ruik mezelf, de aangekoekte kots hangt nog aan mijn kleding. Zou hij mij ook ruiken? De adrenaline raast door mijn lichaam. Ik zie geen hand voor de ogen, de rolluiken laten totaal geen licht door. Voordeel is dat hij mij ook niet kan zien. Elk geluid kan nu fataal zijn. Het is een kwestie van hij of ik, de dood of de gladiolen. Ik ga voor de bloemen. Op hoop van zege deel ik de eerste klap uit, die is raak, dat voel ik. Wetende dat ik hem te pakken heb sla ik er genadeloos op los. Dat zal hem leren. Mijn woede van de afgelopen avond komt tot een kokend hoogtepunt, met dank aan Wessel! Echt lang blijf ik niet in deze emotie hangen. De razernij zakt nog sneller weg dan hij is opgekomen. Van het heroïsche gevoel van zojuist is weinig meer over.

Bibberend van angst  zoek ik de lichtschakelaar, die kan ik door de zenuwen niet vinden. Als ik eindelijk op het juiste knopje weet te drukken, zie ik iemand in de ravage liggen. Ik geloof mijn eigen ogen niet. Het is Wessel! Zelfs met een beetje goede wil kan ik er niet iemand anders van maken. Dood is hij beslist niet aantrekkelijk te noemen. Zijn grote plompe neus valt nu nog meer op. Tjeetje, al die heisa voor zo’n lelijkerd. Had ik dat maar eerder geweten! Liefde maakt blind, dat is wel duidelijk. Weer voel ik een golf van misselijkheid opkomen en braak zo over ‘m heen. Om kalm te worden laat ik mij op de bank ploffen. Met een mantra ‘ik ben een verstandige vrouw, ik kan deze situatie aan’ probeer ik mezelf tot rust te manen. Mijn hersenen werken op volle toeren en dan… zomaar tussen de mantra’s door komt er een geniaal plan bij me op! Nu ik weet wat ik ga doen, komt er een ijzige kalmte over mij.

14 10Met latex handschoenen aan vis ik de autosleutel uit zijn broekzak. Mijn huissleutel die aan hetzelfde ringetje hangt, haal ik er tussenuit. Lijkt mij sterk dat hij die nu nog nodig heeft. Zijn autosleutel leg ik op de keukentafel. De rolluiken trek ik omhoog en schuif de tuindeuren open. De kou stroomt de huiskamer binnen. Ik zuig mijn longen vol met frisse lucht. Gelukkig is het droog en aardedonker. Ideale omstandigheden voor de grote verdwijntruc. Voor het eerst ben ik blij dat ik op dit uitgestorven vakantiepark woon. ’s Winters is er echt geen hond te zien. Dat heeft zo zijn voordelen in crime situaties. De kans dat iemand mij zal betrappen bij mijn actie is nihil. Het IJsselmeer ligt op zo’n honderd meter afstand, inclusief drieëntwintig traptreden de dijk op. Wessel is een ‘vlieggewicht’, het moet mogelijk zijn om hem daar in mijn eentje naar toe te slepen. Ik sjor en trek hem naar buiten. Metertje voor metertje sleur ik ‘m  dichter bij zijn zeemansgraf. De trap is een uitdaging van formaat, maar ik heb geen keus. Het water ligt nu eenmaal achter de dijk, een andere route is er niet. Ik ga met mijn achterste op de onderste tree zitten en steek mijn armen onder de oksels van Wessel. ‘Houd vol’ spreek ik mezelf moed in. Hij luistert toch niet meer. Met mijn billen wip ik steeds een treetje hoger en zo bereik ik de laatste trede.  Het zweet loopt in straaltjes over mijn rug en voorhoofd. Tot nu toe werkte mijn dode ex vriend niet echt mee aan mijn briljante plan, maar nu, boven op de dijk, heeft hij er plotseling zin in. Verrassend snel rolt hij de laatste vijfentwintig meter naar beneden. Als ik niet oppas, ontglipt hij mij  14 8ook nog! ’Dat zou de tweede keer vandaag zijn’ denk ik cynisch. Met een plons belandt hij in het meer. Ik spring achter hem aan het koude water in en duw hem zo ver mogelijk bij de kant vandaan. Als ik de bodem niet meer onder mijn voeten voel,  zwem ik terug. Nu moet hij het verder alleen doen. Verkleumd klauter ik de basaltblokken op en ren snel naar huis. Je zou zweren dat ik in een boek van Agatha Christie ben beland. Miss Marple wacht mij vast op in de huiskamer.  Ik sluit de tuindeuren en rolluiken. Onder de douche kom ik weer op temperatuur. Daarna start het tweede deel van mijn plan. Wessel zijn auto moet nog van de plaatsdelict verdwijnen. Ik trek makkelijk zittende kleding, gympen en nieuwe latex handschoenen aan. Van nature ben ik niet zo moordlustig, maar zelfs ik weet dat je geen DNA materiaal achter moet laten.

14 11Ik pak zijn autosleutel van de keukentafel.  Nu pas zie ik zijn portemonnee op de bank liggen. Daarom kwam de sukkel natuurlijk terug. Zijn auto staat op het parkeerterrein van het vakantiepark. Uitnodigend knippert zijn wagen als ik op de sleutel druk.  Ik stap in en zie zijn baseballcap op de passagiersstoel liggen. Dat is handig, ik zet hem gelijk op. In het donker en en profil lijk ik nu wel wat op Wessel. Mocht ik geflitst worden dan heeft dat zijn voordelen. Naast zijn pet ligt zijn mobiel. Ik besluit een whatsappje naar zijn nieuwe vlam te sturen, ‘ik kom nu naar je toe’. Dan start ik zijn auto en rij de A50 op. Niet veel later krijg ik een berichtje terug. ‘Leuk, ik heb iets spannends bedacht’. Van dat spannends schiet ik in de lach, dat is meer mijn ding op dit moment! Bij Lelystad sla ik rechtsaf, op naar Hollandse Hout, een bos dichtbij het IJsselmeer. Onzichtbaar vanaf de weg parkeer ik daar de auto. De auto moet zo laat mogelijk gevonden worden. Nadat ik zijn gsm heb opgeschoond (alle berichtje die wij naar elkaar hebben gestuurd haal ik eruit) leg ik die samen met zijn portemonnee in het dashboardkastje. Snel werp ik een blik op de autoklok, half 5 zaterdagochtend. Dan stap ik uit en klik de autodeuren op slot. De sleutel doe ik samen met de baseballcap en latex handschoenen in mijn rugzakje. Vermoedelijk zal Wessel pas maandagochtend gemist worden, als hij niet komt opdagen op zijn werk. Opgelucht loop ik richting station. Operatie geslaagd, patiënt overleden. Wat ben ik blij dat onze relatie altijd verborgen is gebleven. In Lelystad, de plaats waar zijn nieuwe liefde woont, pak ik de eerste bus naar huis.