g bootjesWij, mijn puberdochter en ik, vieren vakantie op een klein Grieks eilandje in de Egeïsche zee. Zon, zee en een zinderende hitte. We huren er een knus appartementje met een in de brochure beloofde airco. Maar die is helaas buiten gebruik tijdens ons verblijf. Morgen is een toverwoord in Griekenland, dan wordt namelijk alles gerepareerd. Gelukkig hebben wij het zwembad nog, waar we regelmatig induiken om verkoeling te zoeken.

 

g calimeroDe versgebakken broodjes haal ik elke ochtend bij de plaatselijke bakker. Ik word daar altijd vriendelijk onthaald (of mijn portemonnee, je weet het immers maar nooit). De Griekse taal heb ik niet onder de knie, maar ik begroet het personeel fonetisch in hun eigen taal. Dat doet het altijd goed. Voor de Griekse ochtendgroet heb ik een ezelsbruggetje bedacht. Wanneer ik ‘calimero’ (het kuikentje van zij zijn groot en ik is klein) snel uitspreek en ik steek daarbij groetend mijn rechterhand omhoog is het net of ik kalimera (goedemorgen) zeg. Zij verstaan mij probleemloos of ze doen alsof. Met handen en voeten praten kom je natuurlijk ook al een heel eind.

g inktvis aan de lijn

 

Uiteraard flaneren we veelvuldig op de boulevard. Bij enkele  taverna’s wappert de etenswaar (inktvissen) vrolijk buiten aan de lijn. Een plaatselijke lekkernij waar ik mij niet aan waag (wat de boer niet kent…). De gezellige terrasjes en kleurrijke souvenirwinkeltjes fleuren het geheel leuk op. Het Griekenland van vóór de crisis zeg maar. Wat wil een vakantievierend mens nog meer. Op één van de terrasjes zie ik een oudere dame zitten, zij komt mij lichtelijk bekend voor. Ik weet bijna zeker dat ik haar ken, maar waarvan? Ik kan haar moeilijk blijven aangapen dus slenter ik onopvallend door. Maar echt lekker zit me dit niet. Misschien kent ze mij ook wel en dan is het toch vreemd dat je zonder te groeten doorloopt? Ze kan wel denken dat ik haar bewust negeer!

 

g kinderen geen bezwaarGelukkig krijg ik een dag later een herkansing. Samen met mijn dochter bezoek ik de enige supermarkt die het dorp rijk is, als ik haar weer tegenkom. Met een ‘Goedemorgen, ik ken u! Komt u ook uit Lemmer?’ begroet ik haar enthousiast. Mijn dochter die zopas nog naast mij stond is ineens verdwenen tussen de winkelschappen. ‘Nee’ reageert de dame vriendelijk ‘maar uw dochter weet waar u mij wel van kent’. Verbouwereerd staar ik haar na wanneer ze de winkel uitloopt. Als ik even later mijn dochter achter de wasmiddelen wegvis, zegt zij pinnig en vol schaamte ‘dat is Ingeborg Elzevier, zij speelt de oma in de serie  Kinderen geen bezwaar! Enne… ik hoor niet bij jou!’